Dit schilderij toont een episode uit het zinken van het Franse fregat Medusa, dat in juni 1816 Senegal ging koloniseren. Het had 400 mensen aan boord. Door de onbekwaamheid van de kapitein liep het schip aan de grond en raakte het al snel te water. Ze besloten het schip te verlaten; 150 mensen vonden plaats op een groot vlot, met een beetje water en wijn als proviand. Dertien dagen gingen voorbij voordat ze werden gevonden. Honger, verdrinking, zelfmoord en gewelddadige confrontaties veroorzaakten de dood van de meesten van hen: slechts 10 mensen overleefden deze nachtmerrieachtige reis.
Dit schilderij behandelt een 17e eeuws thema: de mens in de greep van de natuurkrachten, overstromingen, stormen en schipbreuken. Vanuit het perspectief van vandaag kan dit schilderij ons ook doen denken aan de schipbreuken die zich voordoen bij de illegale immigratie van Afrikanen en mensen uit het Midden-Oosten naar Europa. Een ironische parallel, want in 1816 waren het de Europeanen die naar Afrika vertrokken en vandaag zijn het de Afrikanen die naar Europa komen. Wat blijft, is de onzekerheid of ze veilig zullen aankomen.